Hé, een rode Eend, wat leuk! Dankjewel, zus! Ik aai mijn nieuwste aanwinst over zijn bolletje. Een Citroën Deux Chevaux Vapeur, een 2CV, voor mijn verjaardag. De miniatuurversie dan hè.
Die oude Franse Eend. Zijn karakteristieke geluid. Zijn verschijning. Als er eentje voorbijrijdt, krullen mijn mondhoeken vanzelf omhoog. Een gevoel van vreugde blijft hangen, als een spoor parfum. De iconische oldtimer herinnert me aan wat God járen geleden tegen mij zei.
Het was oktober 2003. Ik ging trouwen. Maar ik was niet in de zevende hemel. Geen vlinder te bekennen.
Ik raakte in verwarring. Omdat ik dacht dat ik me verheugd en verliefd zou moeten voelen. Kom, dat hoort toch zo? Wat is er nu weer mis met mij?
Ik belandde naast Fiet op de bank. Mentaal moegestreden. Waarom gaat het bij mij nou nooit volgens het boekje? Waarom zijn er altijd zoveel vragen? De wijze christenvrouw met glinsterende ogen ontfermde zich over mij. We praatten. We baden. En zo wonderlijk… God sprak.
‘Jij bent als een Eend. Je stuurt en schakelt net even anders. Vergelijk jezelf niet met de rest van het wagenpark. Wees jezelf. Want zo ben je goed.’
Die woorden kalmeerden. De storm in mijn hoofd en lijf ging liggen. Ik kocht een miniatuur-eendje als reminder.
Om de Eend beter te leren kennen, googelde ik: Citroën 2 Chevaux Vapeur.
De Eend bleek een toute petite voiture zonder sterallures. De ontwerpeisen waren simpel: twee boeren moesten over omgeploegd land kunnen rijden. Met een juten zak aardappelen en een mand eieren. De boer moest erin passen met zijn zondagse hoed op. Zijn vrouw moest de besturing gemakkelijk vinden, zodat ze er mee naar de markt kon. Het was najaar 1935, hè. Kortom: een paraplu op wielen. Gemaakt voor het ruige Franse platteland.
Van de tekentafel rolde een betrouwbaar, praktisch, veerkrachtig wagentje. Zich niet anders voordoend dan hij is: een product van werkelijkheidszin.
‘Omarm je eigen ontwerp. Je eigenheid. Dan ben je het meest veerkrachtig. Zo kun je de hobbels in het leven het beste aan.’ Dat was wat God tegen mij zei. Back then in 2003.
Wat een verlossing. Hoe-het-hoort hoefde niet meer. Ik had hemelse toestemming om uit te vinden hoe ík geschapen was.
En hobbel voor hobbel omarmde ik die vreemde Eend in mij.
Je trouwdag de mooiste dag van je leven? Welnee. Memorabel, dat wel. Ondanks die knoop in mijn maag.
Zwanger zijn en kinderen krijgen een roze wolk? Bij mij was-ie grijs. Zonder schuld of schaamte.
Twee ingenieurstitels voor je naam? Dan wil je vast carrière maken en als vrouw financieel onafhankelijk zijn! Nee dank je. Eigenwaarde en betekenis vind ik niet in stressvolle moderniteit.
Meer een tradwife dan? Door je geloof? Zeker niet. Geen kerkdiensten voor mij en geen sentimenteel gezucht over kinderen die te snel groot worden.
Serieus?
Ja.
Als God je naar zijn gelijkenis ontworpen heeft, waarom zou je dan naar je omgeving kijken als maatstaf voor hoe je zou moeten zijn, voelen, denken, doen of worden? Dat doet Hem, jezelf en de ander geen recht.
Een verkeerd uitgelijnde auto rijdt niet prettig, trekt scheef, verbruikt te veel brandstof en verslijt zijn banden sneller. Zo ook met de mens.
Je gaat op den duur piepen en kraken. Zonde om je chronisch te gedragen naar hoe het hoort, als het niet in lijn ligt met je ontwerp.
Wat ik dan wel deed? Ik nam de lampjes op mijn dashboard serieus. Ik keek eerlijk naar de signalen van mijn eigen systeem. Fysiek, mentaal en emotioneel. Zonder vergelijk. Zonder afkeur.
Ik lijnde mijn leven op met wat ik nodig had, wat ik van waarde vond en waar ik energie van kreeg.
Heus, ik vloog wel eens uit de bocht. Maar ach. Ervaring leert. Ik snapte mijn specs steeds beter.
Het leven was goed als Citroën Deux Chevaux.
Maar het kon nog beter. Duidelijker. Bleek.
Donderdag. November 2019. Ik kreeg een Godservaring.
Mijn hele leven trok recht. Herinneringen vielen als duizend puzzelstukjes op hun plek. Ik voelde me volledig gekend en erkend. God me liet zien dat de Eend een metafoor was voor autisme. Dáárom stuurde en schakelde ik anders.
Ooow!
Ik voelde me één met de wereld. Al mijn coping viel weg. Ik had alleen maar liefde en compassie voor iedereen. Zo moet Jezus zich gevoeld hebben toen Hij op aarde liep?
De Bijbel las ik met andere ogen. Helderder. Niet meer vervormd door schuld, schaamte of vrees. Het sprák!
God liet me zien hoe zijn Geest overal actief is. Daar waar mensen streven naar liefde en waarheid. In andere woorden, vormen en manieren.
De hele ervaring duurde een week. Te intens om langer te dragen.
Mijn kijk op God was wel voorgoed veranderd. En op het leven. De mens. Autisme.
Je hoort alleen maar te zijn wie je werkelijk bent. Een unieke weergave van een God die zegt: IK BEN DIE IK BEN.
Daar kleven geen labels, titels of salarisstrookjes aan.
‘Wie zegt U dat ik ben?’, vroeg ik God onlangs. ‘Jij bent een truth teller.’
Ja. Ik geloof dat waarheid vrijmaakt. Ik vóel dat. In mijn hart en mijn lijf. Het verruimt. Schept leven. Waarheid vinden. Waarheid brengen. Dat is mijn kernidentiteit én mijn rol. Geworteld in liefde. Oef! Dat wel. Want alleen dan brengt het Gods Koninkrijk.
Leven in lijn met wie je werkelijk bent, maakt je pro-socialer. Blijkt uit onderzoek.
Jezelf zijn is je gift aan de ander.
Knapt het hele wagenpark van op. Of je nou een Ford Fiesta, Porsche 911, Landrover Defender of Volkswagen Golf bent.